28/09/2026
In 1939 wordt de Militaire Bloedtransfusie Dienst opgericht, tegenwoordig bekend als de Militaire Bloedbank. Het doel: gewonde militairen snel van bloed voorzien, waar ze zich ook bevinden. In het begin werkt de Bloedbank met vers bloed, dat vaak ter plaatse afgenomen wordt. Bloed is namelijk maar kort houdbaar. En transport ervan is lastig, zeker onder oorlogsomstandigheden.
Vanaf de jaren zeventig werkt men vooral met componenttherapie. Daarbij wordt vol bloed opgesplitst in afzonderlijke bloedcomponenten – zoals rode bloedcellen, bloedplaatjes en plasma – zodat een patiënt alleen het benodigde deel krijgt.
In de loop der jaren wordt een nieuw systeem ontwikkeld: bloedproducten die worden ingevroren tot -80 graden Celsius. Zo blijven de bloedproducten jarenlang bruikbaar. Het bloed wordt vervolgens onder andere vervoerd in isolatiekisten met droogijs. Zelfs in afgelegen gebieden kan een gewonde snel een transfusie krijgen. Deze methode van de Militaire bloedbank draagt eraan bij dat tegenwoordig 90 procent van de gewonde militairen die bloed nodig heeft, overleeft.