22/06/2026
HOREN,ZIEN en ZWIJGEN…..
Mijn inwerkperiode op een plek vol geschiedenis
Mijn nieuwe werkplek is geen gewone keuken waar de bonnen in een peperig tempo uit de printer rollen en waar we simpelweg ons best doen om gasten te verzorgen. Hier, in de zalen van Kumpulan Bronbeek, kook en werk ik op de fundamenten van mijn eigen geschiedenis. Het is een plek die ademt, die herinnert, en die diep geworteld is in verhalen die soms zo zwaar wegen dat ze de lucht in de zaal bijna stroperig maken, als dikke ketjap.
Terwijl we de buffetten opbouwen, voel ik de gelaagdheid van deze omgeving. Dit is de grond waar het verleden en het heden samenkomen tijdens herdenkingen van de kinderkampen, de vrouwenkampen en de slachtoffers van de Birma-spoorlijn. Tegelijkertijd is het een plek van veerkracht; waar defensie-uitreikingen plaatsvinden en waar de gemeenschap elkaar ontmoet tijdens bijeenkomsten van Pelita of Madjoe. Dan vult de ruimte zich met gezellige muziek, mengen de geuren van warme boemboes zich met de herinneringen, en vindt iedereen elkaar terug op de dansvloer. Het is een bitterzoet contrast, alsof je de diepe smaak van kruidnagel combineert met een zachte hint van palmsuiker.
Tijdens de spits bevind ik me vaak achter het buffet, of loop ik een ronde langs de tafels om te vragen of alles naar wens is. Mijn oren vangen flarden van gesprekken op. Verhalen over de oorlog in Nederlands-Indië, over de rauwe, onzekere Bersiap-tijd. Op die momenten schiet de pittige warmte van de keuken direct als kippenvel over mijn armen. Als de verhalen door de zaal klinken, kies ik ervoor om te zwijgen. Ik luister met mijn hart, terwijl mijn handen de schalen spiegelen en het buffet zorgvuldig garneren zodat het er top uitziet. Horen, zien en zwijgen—niet uit onverschilligheid, maar uit diep respect.
Op deze manier wordt in De Kumpulan verdriet verwerkt en een plek gegeven. Terwijl ik uitserveer, kijk ik naar de mensen in de rij. Ieder mens draagt een eigen waarheid, een eigen litteken met zich mee. Soms vraag ik me in stilte af: Wandelt hier de persoon voorbij wiens stem zojuist brak van verdriet, of degene die ik net zachtjes hoorde huilen? Omdat ik hun pijn niet direct kan wegnemen, gebruik ik mijn eigen 'kruiden'. Bij elke opscheplepel die ik vul voor mijn gasten, meng ik denkbeeldig een vleugje liefde, warmte en erkenning door het eten. Een subtiel snufje troost om het oude leed te verzachten.
Gelukkig kent deze gelaagde inwerkperiode ook momenten die de dag fris opwassen, als citroengras. Afgelopen zaterdag ontmoette ik een kranige dame die op 4 augustus maar liefst honderd jaar hoop te worden. Ze straalde een bewonderenswaardige vitaliteit uit en keek me met heldere ogen aan. "Ik ben zeer tevreden over het eten," vertelde ze me glimlachend. En met een trotse ondertoon voegde ze eraan toe: "En ik kan het weten, want ik ben er geboren!" Dat was zo'n prachtig, volmondig compliment; ik stak hem dankbaar in mijn zak.
Niet veel later passeerde ik een andere tafel, waar ik met een knipoog werd verwelkomd: "Zo, nu ben je beland bij de tafel met de échte kenners van de Indonesische keuken!" De spanning steeg heel even, maar al snel volgde het eindoordeel: het eten smaakte heerlijk. Ook dat compliment verdween als een kostbaar ingrediënt in mijn zak.
Het is de unieke balans van deze nieuwe werkplek. Het diepe, historische verdriet wordt hier op natuurlijke wijze samengevoegd met warme complimentjes en oprechte verbinding. Het is een ambachtelijk proces van smaken balanceren, dat mij aan het einde van de rit een intens voldaan gevoel geeft. Het is hier niet alleen hard werken met de handen in de keuken, maar ook hard werken met het hoofd en het hart om alles een goede plek te geven.
Horen, zien, zwijgen, en koken met je ziel