08/04/2026
Antwerpse volkscafés staan onder grote druk: ‘Jonge mensen beginnen te komen, maar het is te laat’
In vijftien jaar tijd verdween bijna de helft van de cafés in de Antwerpse binnenstad en vooral de bruine kroegen hebben het moeilijk. Nu ook een legendarisch biercafé dat tot de wereldtop behoorde de deuren sluit, wordt de vraag wie het tij nog kan keren. ‘Het is vijf over twaalf.’
PaulNotelteirs
De Morgen
De meest bijzondere horecazaken in de stad zijn soms degene die aandacht een belediging vinden. Aan de afgeleefde voordeur van biercafé De Kulminator hangt zo al enkele weken een handgeschreven briefje waarin de uitbaters hun klanten bedanken voor hun ‘jarenlange trouwe vriendschap’. Niets verraadt dat achter de gevel van het pand in het Vleminckveld een horecamonument schuilgaat dat zijn gelijke niet kent.
Decennialang ontvingen Leen Boudewijn en Dirk Van Dyck er bierliefhebbers uit alle hoeken van de wereld. In 2011 werd De Kulminator tijdens de RateBeer Awards zelfs uitgeroepen tot beste café ter wereld, maar tot een stormloop kwam het nooit. Potentiële klanten moesten aanbellen en wie aangaf een biertje te willen ‘proeven’, werd kordaat de deur gewezen. Want in De Kulminator werd bier gedegusteerd.
Van Dyck en Boudewijn probeerden al die tijd in de luwte te blijven en dat is sinds de sluiting van het café niet anders. De uitbaters geven geen interviews over hun beweegredenen en op hun Facebook-pagina vraagt een moderator om geen contact op te nemen. Achter de schermen wordt ondertussen gefluisterd dat gezondheidsproblemen bij het oudere koppel aan de basis van de sluiting liggen.
Hoe dan ook is het einde van De Kulminator een kaalslag voor Antwerpen, want cafés in de stad hebben het almaar moeilijker. Tussen 2008 en 2023 verdwenen 180 van de 420 cafés in de binnenstad.
Volgens de Antwerpse afdeling van Horeca Vlaanderen zijn er geen recentere cijfers beschikbaar, maar sindsdien is het volgens voorzitter Davy Brocatus alleen maar lastiger geworden. “Alles wordt duurder en dus maken mensen keuzes. Jongeren drinken bijvoorbeeld vaker thuis in en ook de 21 procent btw weegt zwaar door. Rendabiliteit is een groot probleem”, zegt hij.
Hippe horecaconcepten slagen er vaak in om een nieuwe generatie aan te trekken met gerichte campagnes, maar de klassieke volkscafés hebben het daar moeilijker mee. Vorig jaar gingen de bekende kroeg De Kat failliet, in de schaduw van de kathedraal gooiden ook de uitbaters van de Blauwmoezel en Tafeltje Rond de handdoek in de ring. Voor de zaken kwam er wel een doorstart met een aangepast concept, al was daar telkens heel wat tijd voor nodig.
Heb jij een bezorgdheid over jouw stad? Iets waarmee De Morgen aan de slag kan in het volgende Stadsdebat? Laat het ons weten via dit formulier.
Anachronisme
Wie in een volkscafé binnenstapt, waant zich weleens in de vorige eeuw. Folklore maakt er deel uit van de charme, net als de interieurstukken die weleens op erfstukken van Fernand Costermans lijken. De link met het verleden is er zeer duidelijk, maar die met de toekomst is veel minder vanzelfsprekend.
In Berchem is café Het Anker zo stilaan een anachronisme geworden. In een wijk vol hippe lunchbars en koffiezaken is de zaak met zijn vele Laurel & Hardy-beelden en een roestige bromfiets binnenin een restant van een andere tijd. Niet dat de stamgasten ermee inzitten. In de voormiddag gieten de eerste klanten, velen met sterke levers en grijze snorren, er al met smaak een eerste Duvel naar binnen.
Aan het verhaal van Het Anker dreigt alleen ook een einde te komen. Uitbater Louis Jonghmans (72) en zijn vrouw Monique (73) willen het rustiger aan doen en zoeken al maanden zonder succes naar een overnemer. Geïnteresseerden raken ontmoedigd door de renovatie die het gebouw nodig heeft en vrezen dat het in de toekomst lastig wordt om een jong publiek aan te spreken.
“Dit is een jonge buurt geworden en jonge mensen zoeken natuurlijk hun eigen cafés. Ze beginnen nu wel te komen, maar eigenlijk is dat te laat”, vertelt Jonghmans.
Als Het Anker over zes weken geen overnemer heeft, valt het doek over het café. Voor de uitbaters zou het jammer zijn als hun levenswerk geen vervolg krijgt, maar de vele klanten zien het ronduit als een drama. Al 115 jaar is de zaak de uitvalbasis van De Lustige Tonners, een vereniging die samenkomt om muntwerpspel te spelen. “Zij willen niet zomaar naar een ander café verhuizen. Als het doek over Het Anker valt, geven ook zij de brui eraan”, zegt Jonghmans.
Ontmoetingsplaatsen
In Vlaanderen verdwijnt elke dag een café en volgens Ben Mouling zijn weinigen zich ervan bewust welke prijs de samenleving daarvoor betaalt. Hij is de drijvende kracht achter Kroegtijgers, een platform dat zich inzet om bruine kroegen overeind te houden.
“Op café gaan is op avontuur gaan. Je weet nooit met wie je aan de praat zal geraken of in welke situaties je terecht zal komen. Je leert er om je open te stellen naar anderen”, vindt hij. In een samenleving die steeds individualistischer wordt, ziet hij het net als een bedreiging dat zulke sociale ontmoetingsplaatsen verdwijnen. “Want net daar kan je inzicht krijgen in andere groepen uit de maatschappij.”
In het Borgerhoutse Bar Bakeliet voelt uitbater Tim Mouling, de broer van Ben, hoe het leven zich voor sommigen letterlijk tussen pot en pint afspeelt. Er zijn vaste klanten die iedere dag langskomen en die niet aarzelen om hun diepste zielenroerselen met de barman te delen. Van een starter die op weg naar zijn belangrijke sollicitatiegesprek een extra straffe koffie bestelt tot iemand die na een scheiding meer dan een bakje troost kan gebruiken: in het volkscafé waait elke dag de wereld binnen.
“Als cafébaas ben je ook sociaal werker”, zegt Tim Mouling, die twintig jaar lang in de bijzondere jeugdzorg en met mensen met een beperking werkte. “Je moet ervan genieten om anderen te verzorgen.”
Tegenover de dankbaarheid van de klanten staan voor eigenaars van volkscafés wel verschillende grote uitdagingen. “Sinds de coronacrisis zijn mensen een stuk minder verdraagzaam”, vertelt Mouling. Vroeger werden er bijvoorbeeld vaker optredens en dj-sets georganiseerd, maar klachten van buurtbewoners over nachtlawaai maken dat nu moeilijker.
Nochtans zijn zulke evenementen wel belangrijk om ook een nieuw publiek aan te trekken, want veel volkscafés kampen met een verouderend cliënteel. “We proberen de kerk in het midden te houden, maar natuurlijk is zoiets wel demotiverend”, klinkt het.
Bovendien draaien de klachten dikwijls ook om mensen die op een zomeravond nog lawaai maken terwijl ze op een terras zitten, wat onmogelijk te vermijden is.
Om zijn café aantrekkelijk te maken voor een jong publiek, zet Mouling bij Bar Bakeliet sterk in op een eigen identiteit. Het interieur bestaat uit zorgvuldig geselecteerde vintagestukken die aan de jaren vijftig herinneren en voor 2 euro kunnen klanten enkele nummers kiezen in de fraaie jukebox.
“Je moet jezelf voortdurend heruitvinden, we zetten dus ook sterk in op nieuwe drankjes”, vertelt hij. Het is daarbij een afweging om authentiek te blijven en toch in te spelen op nieuwe klantbehoeften. Zo had Mouling twee jaar geleden nog nooit van chai gehoord, maar staat de thee nu wel op zijn kaart.
Wurgcontracten
De verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de volkscafés ligt overigens niet alleen bij de uitbaters ervan. Steeds vaker klinkt er kritiek op de brouwerijen die cafés in handen hebben en met wurgcontracten werken. Café-uitbaters worden dan gedwongen om bepaalde volumes af te nemen en kunnen niet zelf op zoek gaan naar kortingen bij de groothandel. Als de brouwer graag zijn gebottelde frisdrank wil slijten, kan er dan bijvoorbeeld geen huisgemaakte ijsthee geschonken worden. Terwijl de marge op zulke drankjes uiteraard veel groter is.
Daarnaast is er bezorgdheid over het rookverbod op terrassen dat vanaf 1 januari 2027 van kracht zal zijn. Horeca-eigenaars vrezen dat zij beboet zullen worden als de regels geschonden worden en denken dat een deel van hun cliënt zal thuisblijven als tabak voortaan uit den boze is.
Voor Antwerpen ligt een andere uitdaging bij de druk van de vastgoedsector. Heel wat café-uitbaters huren hun panden, terwijl de gebouwen meer zouden kunnen opbrengen als ze een andere bestemming kregen.
Het is iets wat Patricia Herckenrath (67) ook ervaart nu ze na 37 jaar achter de bar van het goed draaiende café Den Engel op pensioen wil gaan. Tijdens haar zoektocht naar een geschikte overnemer kreeg ze al verschillende aanbiedingen van ondernemers die het hele café vol gokautomaten willen stouwen. Daar hebben ze zelfs meer dan de vraagprijs voor over, al wil Herckenrath er niet van weten.
“Zoiets past helemaal niet bij de stijl van een bruin café. Iedereen kent hier iedereen. Deze zaak is mijn kind, er zo mee stoppen is wel het laatste wat ik wil.”
Jonge ondernemers
Het is makkelijk om zwartgallig over de toekomst van volkscafés te denken, al zijn er ook redenen tot optimisme. Een duik in het krantenarchief toont dat er twintig jaar geleden al gewaarschuwd werd voor het einde van de bruine kroegen. En het klopt dat er sindsdien veel bloeiende zaken verdwenen zijn, maar door de jaren heen waren er altijd wel jonge ondernemers die toonden dat het wel mogelijk is om het concept deze eeuw binnen te loodsen.
De iconische cafés De Blauwmoezel en Tafeltje Rond in het stadscentrum werden na hun sluiting overgenomen door twintigers die de eigenheid met vernieuwingsdrang proberen te verzoenen.
Sinds vorig jaar behoort ook dertiger Jens De Groote tot de groep jonge snaken die hun schouders onder de cafécultuur zetten. Hij is nu eigenaar van ’t Chauffeurke aan Sint-Jansvliet, een kroeg die al honderd jaar bestaat en die al een trouw klantenbestand had. Als voormalig eigenaar van een kegelbaan had hij al langer een hart voor stadsfolklore, al friste hij het interieur van het café wel wat op.
“Het is zeker niet gemakkelijk, mijn weekdagen moeten nog een stuk beter. Daarom ga ik binnenkort ook eten aanbieden. Het is een win-winsituatie, want veel van mijn vaste klanten leven alleen. Zo kunnen ze toch nog iets eten in een sociale context zonder veel te betalen”, vertelt hij.
Sinds De Groote de zaak overnam, hebben ook jonge mensen hun weg naar ’t Chauffeurke vlot gevonden. Voor de ondernemer is het een plezier om te zien hoe tijdens het weekend de stoelen aan de kant geschoven worden als er weer eens een groep binnenvalt om een verjaardag te vieren. “Als café-uitbaters moeten we nog veel vaker dingen samen organiseren om zo de aandacht te trekken”, zegt hij.
Dat gerichte marketing een groot verschil kan maken, weet ook Ben Mouling. Voor Kroegtijgers gaat hij telkens bij cafés langs en vraagt hij of hij gratis een video kan draaien. Die beelden deelt hij dan op sociale media met een online gemeenschap die de cafés een warm hart toedraagt. Op Instagram heeft Kroegtijgers bijvoorbeeld ruim 33.000 volgers.
“We werken ook aan een digitaal platform waarop mensen een handig overzicht van alle kroegen kunnen vinden en we gaan in gesprek met de nachtburgemeester. Een nationale cafédag moet mensen extra aansporen om op café te gaan.”
In het stadscentrum van Antwerpen zijn de voorbije jaren al heel wat bijzondere kroegen verdwenen, al blijft er volgens Mouling nog veel moois over. “Brouwers, frisdrankproducenten, klanten, cafébazen en de politiek: iedereen moet nu aan hetzelfde zeel trekken om de toekomst van de volkscafés veilig te stellen. Het is vijf over twaalf”, zegt hij.
Net daarom vindt hij het jammer dat de politiek ‘een heksenjacht op alles wat met alcohol te maken heeft’ uitvoert. Reclame maken is voor café-uitbaters daardoor een stuk lastiger. “En met Dry January en Tournée Minerale wordt eigenlijk opgeroepen om twee maanden lang niet te drinken, dat is puur inkomstenverlies.”
Alcohol schaadt dan wel de gezondheid, maar volgens de man achter Kroegtijgers wordt vaak vergeten hoe cafés het welzijn ook ten goede komen. De teleurgestelde bierliefhebbers die dezer dagen voor de gesloten deuren van De Kulminator staan, kunnen dat alleszins beamen.