07/07/2026
Stella,
We lieten vlinders los, die een vriendin van je mama speciaal uit Duitsland had laten overkomen. Toen nog in hun cocon.
Met de juiste zorgen — waarvoor ze een strikte handleiding had gekregen — zouden ze net op het moment van je afscheid uitvliegen.
En dat deden ze.
Eentje vloog recht naar de hand van je papa.
Dat moet jij geweest zijn. Toch?
Je tante Tetteke schreef een brief. Je meter ook.
Je vriendinnen spraken door de micro, allemaal in hetzelfde kleedje, in jouw lievelingskleur.
Ze lieten ballonnen op.
God, wat was dat mooi.
Heb je dat gezien?
Er volgde een spontaan applaus van alle mensen die er waren. En God, wat waren dat er veel. Meer dan er stoelen waren. En er waren 350 stoelen.
Ik moet je niet vertellen wie er de oceaan is overgestoken om erbij te zijn. Dezelfde mensen die Rocky bijhielden. Ik denk niet dat we hem per se aan de lijn moesten houden, maar we wilden hem óók niet verliezen.
Snikkend sprak jouw nicht.
Ik heb nog nooit — echt waar — iemand zo intens weten huilen en tegelijk de moed zien hebben om het podium te beklimmen en de micro te nemen.
Een natuurlijk podium. Onder de eeuwenoude boom, in de tuin van de feestzaal, waarvoor jouw nonkel van een boomstronk een soort tafel had gemaakt waarop jouw urne kon staan. Jouw nonkel, even groot en net iets breder dan je papa. Beresterk.
Ik zag hem breken, Stella.
Jeebee, op naaldhakken om u tegen te zeggen, wankelde geen enkele keer bij het beklimmen van de heuvel naar de micro. Niet omdat ze niet bang was om te spreken, maar omdat ze wist hoeveel dit voor jouw ouders zou betekenen.
Nicola, die op zijn Italiaans — geen stress, wel pure rust — zijn piano in gereedheid bracht om te zingen in zijn eigen taal.
Een taal die wij niet verstonden, maar wel voelden.
Tot in onze botten.
En later op de receptie deed hij dat opnieuw. Een uur lang. Terwijl de mensen naar lucht hapten bij elkaar.
Meester Kurt wandelde stoïcijns naar de micro en sprak over jou op een manier alsof hij zijn woorden in steen aan het beitelen was.
We toonden het tiktok-filmpje dat je mama per abuis aantikte op je gsm, de dag nadat ik bij jullie thuis aan de keukentafel had gezeten en zij me, met de wanhoop in haar stem en ogen, had gezegd: “Als ze nu eens iets zou laten weten?”
“I’m fine. I’m always fine.”
En daar, met dit afscheid, met de vlinder op je papa’s hand, en met dat filmpje, moeten wij — nee, moeten zij — het dan mee doen.
Vasthoudend aan de tekens die jij hen geeft, zullen ze ja zeggen op het leven.
Niet zonder jou.
Maar meer dan ooit mét jou.
En ik…
Ik ga dat ook doen.
Mét jou.
No matter what.
No matter when.
No matter where.